Burgerhulpverlening als nieuwe schakel in de overlevingsketen

Naar schatting overleeft slechts één op de tien mensen een hartstilstand. De kans op overleving wordt groter naarmate sneller kan worden gestart met reanimatie. Nederland telt inmiddels 130.000 mensen die als burghulpverlener actief zijn; met aanzienlijk succes, zo blijkt nu uit de bevindingen van Maastrichtse onderzoekers*, in 2016 gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift 'Resuscitation'.

In een onderzoeksperiode van twee jaar werden 833 mensen gereanimeerd  in Limburg. In 422 gevallen werd het relevant geacht om het oproepsysteem voor burgerhulpverleners (HartslagNu) in te schakelen. In de overige gevallen was er al een ambulance aanwezig of dicht in de buurt van het slachtoffer, of vond de reanimatie plaats in een openbare gelegenheid waar een AED aanwezig was (zoals een winkelcentrum of sporthal). Zodoende werd in 291 gevallen één of meer hulpverleners gemobiliseerd en kon tijdig worden gestart met reanimatie. 
Het bleek dat door de burgerhulpverlening meer personen na reanimatie in een betere conditie verkeerden bij opname in het ziekenhuis. Nog belangrijker was dat een hoger aantal ( 27,1 procent) de hartstilstand overleefde t.o.v. 16.0 procent zonder burgerhulpverlening.

Bovendien herstelden de meeste overlevers zodanig dat 92 procent direct naar huis kon worden ontslagen. In slechts acht procent moesten de overlevers worden doorverwezen naar een verpleeghuis of (tijdelijk) naar een revalidatiecentrum. Daarmee lijkt burgerhulpverlening, (samen met politie en brandweer als first responder) een nieuwe schakel te zijn in de overlevingsketen.

In de periode dat het onderzoek verricht werd (2012-2014) kwam in ongeveer een derde van de gevallen geen burgerhulpverlening opdagen. Inmiddels is aan het aantal ingeschrevenen in HartslagNu sterk gestegen (december 2016: 12.200 burgerhulpverleners in Limburg -red.) en is de kans dus veel groter niet alleen dat burgerhulpverleners zich melden, maar ook sneller aanwezig zijn, omdat ze waarschijnlijk ook dichter bij het slachtoffer in de buurt zijn. De nieuwe op GPS gebaseerde app. zal daar zeker ook aan bijdragen.

Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat  de getuige van de hartstilstand slechts in 25 procent startte met reanimeren en omstanders (die geen getuige waren maar wel op de plek des onheils kwamen) in ongeveer 40 procent. Omdat het onmiddellijk starten met reanimatie een belangrijke voorwaarde is voor een goede afloop, is hier dus nog veel verbetering mogelijk. Daarom moet iedere burger kunnen reanimeren. Een uitstekende plaats om dat te leren is in het voortgezet onderwijs. De samenleving moet zich dus sterk maken om reanimatieonderwijs structureel te maken binnen het onderwijs en om een dicht netwerk van burgerhulpverleners en first responders op te zetten en in stand te houden.


Met vriendelijke groet,













      Prof. dr. A.P.M. Gorgels                                                                                          R.W.M. Pijls  MSc

* Onderzoek Hart voor Limburg: Pijls RW, Gorgels AP et al (publicatie Resuscitation in 2016)